En toch ook weer niet. Eigenlijk weer een blogje over keuzes. Kiezen is hetgeen waar het omgaat. En bewust kiezen, op basis van de informatie die je hebt, geeft zelden tot nooit spijt van een keuze. Of een schuldgevoel.

Ik heb al eens eerder aangehaald dat ik weiger een schuldgevoel te hebben. Het is een zinloze en destructieve emotie waar nooit iets positiefs uit gehaald kan worden. Uit boosheid, jaloezie, angst en blijheid kan je, eventueel achteraf, iets positiefs halen, maar schuldgevoel niet. Het eet je op van binnen en maakt je onberekenbaar naar buiten toe.

In mijn omgeving komt dit vaak naar buiten als het gaat over het al dan niet geven van borstvoeding. Noem het zot, en mensen zonder kinderen zullen het ook niet begrijpen (het is toch maar gewoon eten?), maar het lijkt de moeders (en soms ook vaders) in twee kampen te verdelen. Zij en wij… Het levert discussies op tussen zij en wij en soms zelfs oorlogen en maffiapraktijken. Beide kampen schreeuwen dat het andere kamp aangevoerd door SIRE/Voedingscentrum of Kunstvoedingsfabricanten, maar eigenlijk doen al die organisaties puur wat ze doen. De ene verkondigd wetenschappelijke teksten als “Borstvoeding is het beste voor je kind” (net als “2 ons groente en 2 keer fruit, dan hou je het een heel stuk langer uit” AKA: als je het niet doet ga je eerder dood en als je het je kind niet in krijgt dan gaan zij eerder dood) en de andere probeer vooral meer potten van hun product te verkopen; meer dan de concurrent en doet daarom allerlei onderzoek en komt met leuzen als “Wij bieden bladibla en dat is gebaseerd op borstvoeding” (en daarom beter dan dat van onze concurrent, niet beter dan borstvoeding). Dat heet gewoon consumentenvoorlichting en marketing. Wat mij betreft geen oorlogsvoering of maffiapraktijken.

Maar goed. Waar wilde ik ook alweer over schrijven. Oja, schuldgevoel. Ik zie heel veel moeders om me heen. Veel geven borstvoeding, veel doen dat niet. In de groep van vrouwen die borstvoeding geven zie ik dat zij die het hardste roepen over hoe belangrijk het geven van borstvoeding is, er vaak het minst moeite voor hebben hoeven doen. In de groep van vrouwen die geen borstvoeding geven zijn het doorgaans de vrouwen die geen borstvoeding MEER geven die het hardste roepen dat ze worden belaagd door de borstvoedingsmaffia.

Die laatste groep vrouwen hebben vaak te kampen met gevoelens van schuld over het feit dat de borstvoeding niet lukte. En daar komt mijn stelling: Borstvoeding lukt altijd, maar soms zijn er oorzaken van buitenaf die het onmogelijk maken of zijn er andere belangen die zwaarder wegen dan de gezondheidsvoordelen van borstvoeding. Laat ik dat proberen te illustreren. Een moeder heeft een baby van 3 weken oud. Door onbekende oorzaak en na meekijken van consultatiebureau en kraamverzorgster blijft ze enorm diepe kloven in haar tepels houden. Als haar baby tekenen van honger begint te vertonen springen de tranen in haar ogen. Ze weet dat ze weer 15-20 minuten van extreem pijnlijk voeden tegemoet gaat. Doordat ze zo opziet tegen voedingen slaapt ze slecht (de baby wil ook ‘s nachts 1 of 2 keer drinken) en durft ze eigenlijk niet haar baby bij zich te nemen omdat ze bang is dat de baby dan acuut honger krijgt bij de geur van mama.

Ik kan me goed voorstellen dat een moeder op dit moment besluit: Ik stop! Is de borstvoeding dan mislukt? Heeft de moeder gefaald? Wat mij betreft niet. De moeder heeft, na inwinning van het advies dat ze kreeg aangeboden, geen oplossing voor het probleem gevonden. Het beïnvloed de band met haar kind aanzienlijk wat de hechting tussen moeder en kind dusdanig zou kunnen beïnvloeden. Een goed moment om te stoppen. Let wel: dit is een moment van keuze! Deze moeder kiest op dat moment voor haar kind. Hechting is belangrijker dan gezondheidsvoordelen.

Maar nu: maanden later ziet ze op kraambezoek bij een vriendin hoe deze met haar kind bezig is. De pasgeboren baby wordt netjes aangelegd met de hulp van de kraamverzorgster. De vriendin voedt met veel plezier en, in haar kraamemoties meldt ze “ja, tis zo fijn en ook het allerbeste voor zo’n guppie hè?” BAM! De moeder voelt een klap in haar gezicht… “Heb ik mijn kind het allerbeste ontzegd? Heb ik voor mezelf gekozen omdat ik geen pijn meer wilde hebben?” Het schuldgevoel is geboren en elke keer dat er iets over borstvoeding gezegd wordt, wordt dat schuldgevoel gevoed. Het wordt groter en groter. Maar, had deze moeder niet juist voor haar kind gekozen? Het feit dat het haar pijn doet dat ze geen borstvoeding meer geeft, illustreert dat juist. Ze koos voor de hechting met haar kind in plaats van voor haar eigen wens om borstvoeding te geven. Het schuldgevoel is dus onterecht!

Ik denk dat deze moeder haar verdriet over het stoppen met borstvoeding geven verward met schuldgevoel. Na verloop van tijd vervaagd de herinnering aan hoe ze zag dat de hechting met haar baby in gevaar kwam, maar het simpele feit dat ze nu telkens een flesje maakt terwijl ze liever de borst had gegeven, dat blijft. Dat is geen schuld. Dat is pijn. Verdriet. Ook dat kan ik wel illustreren:

Ik ben mijn baarmoeder kwijt. Zwanger worden is medisch onmogelijk. Het is niet iets dat ‘niet lukt’ maar het is een simpel, medisch feit. Toch word ik geconfronteerd met vele vrouwen die wel zwanger kunnen worden. Bij elke dikke buik die ik zie voel ik de pijn en voel ik het verdriet. Maar voel ik me schuldig naar mijn wensbaby over het feit dat ik hem/haar niet zelf kan dragen? Het feit dat ik, door het zien van een dikke buik of het horen van een zwangerschapsaankondiging, geconfronteerd word met mijn verdriet, moet er toch niet voor zorgen dat anderen niet meer zwanger mogen worden, toch? Dat anderen niet mogen genieten en klagen over hun zwangerschap? Dat zij mogen zeggen dat het ‘t allermooiste is dat ze meemaken, en dat ze het nooit zouden willen missen? Dat de band die ze tijdens de zwangerschap met hun ongeboren kind opbouwen onvervangbaar is…

Dat mogen ze allemaal zeggen, want het zijn allemaal waarheden. En dat geldt ook voor de vriendin waarbij die eerste moeder op bezoek ging. Dat was haar waarheid en haar gevoel. Het feit dat het de moeder confronteerde met het feit dat zij tegen haar zin geen borstvoeding meer gaf, dat is iets waar de moeder en de vriendin het best over zouden kunnen hebben en waar, hoogstwaarschijnlijk, alle begrip voor zou zijn. En wie weet zou de vriendin haar vriendin bij een tweede kindje kunnen bijstaan om te kijken of ze dan een andere keuze kan maken. Of kiest de moeder ervoor om er dan niet meer aan te beginnen omdat ze de herinnering aan hoe de hechting met haar kind onderdruk kwam te staan weer vers op tafel komt. Hoe dan ook, dan heeft de moeder gekozen. Niet voor zichzelf, maar voor haar kind. Wat de uitkomst ook moge zijn.

(De moeder in dit voorbeeld is fictief. Na de geboorte van mijn eerste zat ik na 3 weken wel op die manier op de bank, maar door eigengereidheid heb ik toen ervoor gekozen om alles af te kolven. Een soort tussenvorm tussen voeden en fles geven, als laatste redmiddel voor ik ervoor zou kiezen om te stoppen. Na 3 dagen waren mijn kloven geheeld en had mijn dochter, wonder boven wonder, de techniek nog steeds onder de knie en hoefde ik niet te kiezen om te stoppen. De genoemde vriendin is compleet fictief: dat wil zeggen, ik had niemand specifiek voor ogen bij het schrijven.)

Tags:

No responses yet

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Per mail op de hoogte
Social Media Auto Publish Powered By : XYZScripts.com